Schijnzelfstandigheid: dit verandert er in 2026
Geschreven door Dion
19 december 2024 6 minuten lezen
Ben je zzp’er of werk je met zzp’ers? Dan is dit belangrijk voor de rest van 2026. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. Begin 2026 is het boeteregime aangescherpt en in het voorjaar van 2026 veranderde ook de koers van de wetgeving. Dit artikel zet op een rij wat er nu, in mei 2026, geldt voor opdrachtgevers en zzp’ers.
Even een opfrisser. Wat is schijnzelfstandigheid ook alweer?
Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand als zelfstandige wordt ingehuurd, terwijl de werkelijkheid meer lijkt op loondienst. Denk aan werken onder gezag, structureel ingebed zijn in de organisatie en weinig ruimte om het werk zelfstandig in te richten. In dat geval kan de Belastingdienst de arbeidsrelatie aanmerken als dienstbetrekking. De gevolgen zijn dan meestal correcties en naheffingen voor loonheffingen. In bepaalde situaties volgen ook boetes.
Wat geldt er in 2026?
De kern. De Belastingdienst kan bij schijnzelfstandigheid direct correcties en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Eind 2025 besloot het kabinet, na druk vanuit de Tweede Kamer, om de zogenoemde zachte landing gedeeltelijk te verlengen tot en met eind 2026. Concreet betekent dit het volgende:
✅ Vergrijpboetes kunnen sinds 1 januari 2026 weer worden opgelegd.
Dit kan bij opzet of grove schuld, en geldt voor zowel opdrachtgevers als zzp’ers.
✅ Geen verzuimboetes in 2026.
Wie zich onbewust niet aan de regels hield, krijgt dit jaar nog geen verzuimboete.
✅ Correcties over 2025 blijven boetevrij.
Een vergrijpboete kan alleen aan de orde zijn voor situaties vanaf 1 januari 2026.
✅ Naheffen kan met terugwerkende kracht, in principe tot 1 januari 2025.
Bij kwaadwillendheid of als een gegeven aanwijzing wordt genegeerd, kan de Belastingdienst verder teruggaan.
✅ De Belastingdienst start in beginsel met een bedrijfsbezoek.
Dat is een licht, verkennend middel. Na zo’n bezoek volgt hooguit een waarschuwing. Voor een naheffing is eerst een boekenonderzoek nodig.
Waarom deze strengere aanpak?
Schijnzelfstandigheid raakt meerdere punten tegelijk. Het gaat om het correct afdragen van loonheffingen en premies. Het gaat ook om bescherming van werkenden, zoals loondoorbetaling bij ziekte en opbouw van werknemersrechten. Daarnaast speelt het gelijke speelveld. Organisaties die mensen wél in dienst nemen, willen niet concurreren met partijen die hun lasten drukken via schijnconstructies.
De 9 gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest. Waar wordt naar gekeken?
In de praktijk gebeurt de beoordeling op basis van alle feiten en omstandigheden. De Hoge Raad noemde in het Deliveroo-arrest meerdere gezichtspunten die meewegen. Vaak worden deze samengevat als 9 punten. Latere rechtspraak, zoals het Uber-arrest, bevestigt deze lijn. Zie het als richting, niet als afvinklijst.
1. Aard en duur van het werk. Is het structureel werk dat normaal in dienstverband gebeurt?
2. Wie bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd. Is er ruimte voor een eigen werkwijze?
3. Inbedding in de organisatie. Draai je mee in roosters, teams, leiding en processen?
4. Gezag en instructies. Is er aansturing zoals bij werknemers?
5. Persoonlijke arbeid. Doe jij het zelf, of mag je je laten vervangen?
6. Ondernemersrisico. Loop je risico op minder inkomsten, herstelwerk of aansprakelijkheid?
7. Beloning en tarief. Is het tarief typisch ondernemend of lijkt het op loon?
8. Wie draagt gereedschap en lasten. Gebruik je eigen middelen en investeer je zelf?
9. Ondernemerschap naar buiten. Acquisitie, meerdere opdrachtgevers, marketing, bedrijfsvoering.
Belangrijk. De Belastingdienst en de rechter kijken naar het totaalplaatje. Eén punt kan zwaar wegen, al beslist zelden één punt alles.
Wat betekent dit voor jou als zzp’er in 2026?
Je laat zien waarom jouw opdracht echt zelfstandig is. Dat zit meestal in vrijheid van uitvoering, ondernemersrisico, niet ingebed zijn in de organisatie en zichtbaar ondernemerschap. Werk je al lange tijd bij één opdrachtgever in een rol die lijkt op loondienst? Dan is het verstandig om je situatie opnieuw te beoordelen en afspraken aan te passen. Denk aan meer autonomie, resultaatgerichte afspraken en werken voor meerdere opdrachtgevers.
En wat als je zzp’ers inhuurt in 2026?
Als opdrachtgever onderbouw je dat de inhuur past bij zelfstandigheid. Bij geconstateerde schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst loonheffingen naheffen. In 2026 kan daar in bepaalde gevallen een vergrijpboete bovenop komen. Controleer daarom je inhuurbeleid, rollen, roosters, aansturing en contracten. Zorg dat de praktijk klopt met wat er op papier staat.
Huur je zzp’ers in via een intermediair of bureau? Dan kijkt de Belastingdienst naar de hele keten, van opdrachtgever via intermediair tot opdrachtnemer. De feitelijke uitvoering en aansturing blijven leidend. De intermediairsector krijgt in het handhavingsplan 2026 extra aandacht.
Nieuwe wetgeving. VBAR, Zelfstandigenwet en het rechtsvermoeden
De regels rond arbeidsrelaties zijn flink in beweging. In het coalitieakkoord ‘Aan de slag’, gepresenteerd op 30 januari 2026, koos het kabinet-Jetten een nieuwe richting. Begin maart 2026 trok het kabinet het zogenoemde verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Vbar (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) in. Dat onderdeel zorgde voor te veel onrust. Daarvoor in de plaats werkt het kabinet aan de Zelfstandigenwet.
Wat blijft staan, is het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit deel gaat verder als apart wetsvoorstel en het kabinet wil er vaart mee maken. Het rechtsvermoeden geldt voor zzp’ers met een uurtarief tot 38 euro (peildatum 1 januari 2026). Doet een zzp’er een beroep op dit vermoeden, dan verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever. Kan die niet aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is, dan geldt de relatie als schijnzelfstandigheid. De bedoeling is dat dit onderdeel uiterlijk 31 augustus 2026 in het Staatsblad staat.
De Zelfstandigenwet kiest een ander vertrekpunt dan de Vbar. Centraal staat de vraag of de werkende zich echt als zelfstandige gedraagt, in plaats van de vraag of er een arbeidsovereenkomst is. De wet werkt met een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. In april 2026 stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor invoering van een minimumuurtarief als eerste stap, beoogd per 1 januari 2027. De Zelfstandigenwet zelf zit nog in de fase van politieke besluitvorming.
Tot de nieuwe wetgeving van kracht is, blijft het huidige kader leidend. Dat kader komt uit de wet en uit rechtspraak, met het Deliveroo-arrest als belangrijkste richtlijn. De Belastingdienst kondigde daarnaast een ingroeimodel aan, waarmee de handhaving tot 2030 stapsgewijs strenger wordt.
Modelovereenkomsten in 2026. Wat kun je ermee?
Modelovereenkomsten bestaan nog steeds. De Belastingdienst keurt alleen geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Bestaande, eerder goedgekeurde modelovereenkomsten die geldig waren op 6 september 2024, mag je nog gebruiken tot en met 31 december 2029. Let op. Ze geven alleen zekerheid als je ook echt werkt zoals in de overeenkomst staat.
Zijn er uitzonderingen?
Niet elke opdracht is risicovol. Veel interim-professionals met een duidelijk projectresultaat, eigen planning en een hoge mate van autonomie staan vaak sterker. Creatieve freelancers, zoals fotografen en tekstschrijvers, werken vaak resultaatgericht en voor meerdere opdrachtgevers. Het blijft altijd een beoordeling van de feitelijke situatie. Twijfel je? Vraag advies aan een jurist, fiscalist of de KVK.
Praktische tips voor 2026
Deze tips helpen je om in 2026 risico’s te verkleinen. Dit geldt voor zzp’ers en opdrachtgevers:
1. Werk met een duidelijke opdracht en resultaat. Vermijd een rol die één op één een vacature invult.
2. Leg vast dat de zzp’er de uitvoering zelfstandig bepaalt. Vermijd dagelijkse aansturing zoals bij werknemers.
3. Zorg dat de zzp’er niet meedraait in vaste roosters en interne hiërarchie.
4. Laat ondernemerschap zien. Meerdere opdrachtgevers, eigen middelen, eigen verzekeringen en acquisitie helpen.
5. Gebruik een passende overeenkomst. Een modelovereenkomst kan helpen, mits de praktijk daarmee overeenkomt.
6. Check periodiek. Zeker bij langdurige inhuur verschuift de praktijk vaak ongemerkt richting loondienst.
Wat kost schijnzelfstandigheid eigenlijk?
De financiële gevolgen kunnen groot zijn. Als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld, kan een opdrachtgever loonheffingen en premies afdragen via naheffingen. Die bedragen lopen vaak op tot meer dan 30 procent van wat eerder aan de zelfstandige is betaald. In 2026 kan daar in bepaalde situaties een vergrijpboete bovenop komen. Bij een vermoeden van opzet in combinatie met een fiscaal nadeel boven de 100.000 euro beoordeelt de Belastingdienst daarnaast of strafrechtelijke vervolging aan de orde is. De exacte bedragen verschillen per situatie. Denk aan duur, tarief, uren, sector en de vraag of er sprake was van opzet of grove schuld.
Tot slot
Schijnzelfstandigheid blijft in 2026 een belangrijk handhavingsthema, en de wetgeving verandert nog steeds. Zorg dat je administratie, contract en werkwijze bij elkaar passen. Begin met een check van je huidige opdrachten en inhuur. Dat voorkomt vervelende verrassingen bij een controle. Wil je zekerheid? Neem contact op met een fiscalist of jurist die arbeidsrelaties beoordeelt.